Wetenschappelijke fraude

10/02/2013 at 12:54 pm / by

Wetenschappelijke fraude is nu volop in de belangstelling, maar het is van alle tijden. Het is ook veel minder ver van ons bed, dan men zou verwachten. Zo is één van de leden van onze familie zelf ongewild het middelpunt geweest van een opmerkelijk staaltje plagiaat. Niet opmerkelijk omdat het zo fijnzinnig was, maar juist door de bijna naïeve botheid, waarmee de poging werd ondernomen.

Wat was het geval
Antonie Boon (1835 -1901; B.13.j. in “De geschiedenis van de familie Boon en Boon van Ochssée”, uitgave 2003) was een van de 11 kinderen van Jacob Boon (1800 – 1859; B.12.e) en na zijn studie theologie werd hij, net als zijn vader, predikant. Aangezien het gezin vanaf Antonie’s 2e jaar in Groningen woonde, zal hij daar ook hebben gestudeerd.

In elk geval promoveerde hij aldaar op 2 juni 1860, minder dan een jaar na het overlijden van zijn vader. De dissertatie handelt over de Jacobusbrieven, en betoogt dat deze nauwe verwantschap vertonen met het apocriefe boek “Wijsheid van Jesus Sirach”; en dat de schrijver van de brieven dat boek zal hebben gebruikt

Het proefschrift, geheel in het latijn geschreven, is uitgegeven in Groningen bij R.J. Schierbeek. Het is opgedragen aan: ‘Matri dilectissimae, in patris optimi memoriam, sacrum’ (‘Aan mijn zeer geliefde moeder, in de herinnering aan mijn allerbeste vader, gewijd).

De Leidse hoogleraar L.W.E. Rauwenhoff kreeg in 1877 een brief (gedateerd 20 april) van zijn Duitse collega uit Tübingen, prof. dr. L. Diestel; deze meldde het vreemde voorval dat zich in Tübingen iemand had gemeld voor de promotie, en daartoe een dissertatie had ingeleverd in gedrukte vorm , maar zonder titelblad; de titel en opdracht was met de hand op het lege schudblad geschreven.

Opvallend daarbij was dat de litteratuurlijst geen recenter werk dan 1860 bevatte, en dat de uitgave qua vorm en papiersoort erg leek op de proefschriften, zoals men die in Nederland gewoon was te publiceren. Al op 28 april schreef Diestel opnieuw, nu zich kwijtend van de nadrukkelijke opdracht van zijn faculteit de grootste dank over te brengen voor de ontmaskering van het bedrog.

Deze poging tot fraude was ondernomen door een zekere Alexander Bastady, wonend in Halifax in Engeland. Hij had eerst een verhandeling over Hosea ingestuurd, met het verzoek om een voorlopig oordeel, dat hem onthouden was; toen de omvang als te gering voor dissertatie bleek te zijn, heeft deze Engelsman het gewraakte boekwerk ingediend met een formeel verzoek om tot de promotie te worden toegelaten. De universiteit van Tübingen heeft, zoals te doen gebruikelijk, na dit onderzoek de bedrieger uitgesloten van alle academische graden en daartoe het geval openbaar gemaakt.

 
 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *